Dienstverplaatsing of woon-werkverkeer?

Hetzelfde kilometerbedrag, een compleet ander fiscaal gevolg. Zo bepaal je in welke categorie een rit valt.

Geschreven door Bart Deblock Laatst nagekeken op Bron: FOD Financiën

Dit is de belangrijkste vraag in het hele onderwerp, en tegelijk de vraag die het vaakst fout beantwoord wordt. Een rit die als dienstverplaatsing geldt, mag je volledig belastingvrij vergoeden aan €0,4761 per kilometer. Dezelfde rit als woon-werkverkeer is fiscaal maar vrijgesteld tot €500 per jaar. Bij 12.000 kilometer per jaar scheelt dat ruim €5.200 aan belastbaar inkomen.

Vertegenwoordiger loopt van zijn geparkeerde wagen naar de ingang van een bedrijf op een industrieterrein

Het verschil in één tabel

DienstverplaatsingWoon-werkverkeer
Wat het isRit in opdracht van de werkgeverThuis ↔ vaste werkplaats
Fiscale kwalificatieKost eigen aan de werkgeverLoon, met beperkte vrijstelling
Belastingvrij totGeen bedraggrens€500 per jaar
RSZ-bijdragenGeenGeen, tot het kilometerforfait
Voorwaarde vrijstellingWerkelijke kilometers, binnen het forfaitWerknemer past kostenforfait toe

Let op die voorlaatste rij: fiscaal en parafiscaal lopen niet gelijk. De RSZ aanvaardt bij woon-werkverkeer met de eigen wagen het volledige kilometerbedrag bijdragevrij, terwijl de fiscus er maar €500 van vrijstelt. Het verschil is dus vrij van sociale bijdragen, maar wel belastbaar.

Wat telt als dienstverplaatsing?

Een dienstverplaatsing is een verplaatsing die je maakt in opdracht van je werkgever, in de uitvoering van je werk. Typische voorbeelden:

  • een klantbezoek of een bezoek aan een leverancier
  • een rit naar een werf of een projectlocatie
  • een verplaatsing naar een andere vestiging van je werkgever
  • een externe opleiding of een beurs
  • een rit naar de post, de bank of een leveringspunt in opdracht

De rit hoeft niet van kantoor te vertrekken. Rijd je 's ochtends rechtstreeks van thuis naar een klant, dan is dat een dienstverplaatsing — geen woon-werkverkeer, want je gaat niet naar je vaste werkplaats.

De 40-dagenregel

Hier zit de kern van de zaak. Werk je meer dan 40 dagen per kalenderjaar op dezelfde locatie, dan beschouwt de administratie die plaats als een vaste plaats van tewerkstelling. Vanaf dat moment zijn je ritten daarheen woon-werkverkeer, niet langer dienstverplaatsingen.

Drie dingen om te onthouden. De dagen hoeven niet aaneen te sluiten — verspreid over het jaar telt evengoed. Je kunt meerdere vaste werkplaatsen tegelijk hebben. En de teller loopt per kalenderjaar, dus hij springt op 1 januari terug op nul.

Waar dit in de praktijk knelt. Bij langlopende detacheringen, bouwwerven van meerdere maanden, consultants die maandenlang bij dezelfde klant zitten en interimopdrachten van lange duur. Wie in maart begint en er vier dagen per week zit, passeert de grens van 40 dagen ergens in mei — zonder dat er iets aan de opdracht verandert.

De 40-dagenregel is een administratief standpunt, geen wetsartikel. Ze wordt in de praktijk wel consequent toegepast. Zit je in een grensgeval, leg het dan voor aan je sociaal secretariaat vóór je een regeling afspreekt, niet erna.

Twijfelgevallen

Van thuis rechtstreeks naar een klant

Dienstverplaatsing, voor het volledige traject. Je gaat niet naar je vaste werkplaats.

Van kantoor naar een klant en terug naar kantoor

Dienstverplaatsing voor het stuk kantoor–klant–kantoor. De rit thuis–kantoor 's ochtends en kantoor–thuis 's avonds blijft woon-werkverkeer.

Van een klant rechtstreeks naar huis

Het beroepsmatige deel is dienstverplaatsing. In de praktijk wordt de rit vaak in zijn geheel als dienstverplaatsing behandeld wanneer de klant verder ligt dan het kantoor. Documenteer je aanpak en pas ze consequent toe.

Carpoolen met collega's

Het gedeelde traject valt onder de regeling voor georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, met een vrijstelling tot de prijs van een treinabonnement eerste klas. De omweg om collega's op te pikken beschouwt de fiscus als een dienstverplaatsing. Het stuk dat je alleen rijdt, valt onder de gewone €500.

Verplaatsingen tussen twee vaste werkplaatsen

Werk je 's ochtends op vestiging A en 's middags op vestiging B, dan is de rit tussen beide een dienstverplaatsing, ook al zijn het allebei vaste werkplaatsen.

Wachtdiensten en oproepen

Een oproep buiten de normale werkuren naar een interventieadres is een dienstverplaatsing. Word je opgeroepen naar je eigen vaste werkplaats, dan blijft het woon-werkverkeer — ook al is het zondagnacht.

Wat je moet vastleggen

Het onderscheid staat of valt met je administratie. Registreer per rit de datum, het vertrek- en aankomstadres, het doel en het aantal kilometers, en houd beide categorieën apart bij. Ze verschijnen ook apart op de loonfiche.

Voor de werkgever komt daar de ficheverplichting bij: sinds 1 januari 2022 moet het exacte bedrag van alle kosten eigen aan de werkgever op fiche 281.10 of 281.20 staan. De vermelding "bewijzen ontbreken" volstaat niet meer, en wie ze weglaat riskeert dat de vergoeding niet aftrekbaar is.

Het gratis onkostennota-sjabloon heeft een keuzeveld voor het soort verplaatsing en waarschuwt automatisch wanneer je woon-werkvergoeding de grens van €500 passeert.

Twee dingen die geen van beide zijn

Een bedrijfswagen sluit een kilometervergoeding uit. Het voertuig mag geen eigendom zijn van de werkgever en niet door hem gefinancierd worden. Wie een bedrijfswagen heeft, kan dus voor geen van beide categorieën een kilometervergoeding krijgen — die kosten draagt de werkgever al.

Boven 24.000 kilometer per jaar aanvaardt de administratie het forfait in principe niet meer als representatief, ongeacht de categorie. Wie meer rijdt, moet zijn werkelijke autokosten bewijzen.

Verder lezen

De actuele bedragen staan op kilometervergoeding 2026 en het volledige historische overzicht in de tarieventabel. Voor de regels rond pendelen zelf: de pagina over woon-werkverkeer. Ben je werkgever, dan vind je de verplichtingen op kilometervergoeding als werkgever; zelfstandigen kijken best op kilometervergoeding voor zelfstandigen.

Bronnen: de administratieve instructies van de RSZ, omzendbrief nr. 767 van 8 juni 2026 en FOD Financiën — Dit artikel is algemene informatie, geen fiscaal advies. Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2026