Kilometervergoeding voor zelfstandigen

Zelfstandigen hebben geen werkgever die een vergoeding uitbetaalt, maar er zijn wel degelijk fiscale mogelijkheden. Dit zijn de opties.

Geschreven door Bart Deblock Laatst nagekeken op Bron: FOD Financiën

Of je een kilometervergoeding kunt gebruiken, hangt volledig af van je structuur. Werk je via een vennootschap, dan kan die jou als bedrijfsleider een forfaitaire vergoeding uitbetalen. Werk je als eenmanszaak, dan bestaat die mogelijkheid niet — je kunt jezelf immers niets terugbetalen — en werk je met werkelijke kosten. Beide routes hebben hun eigen valkuilen, en op één punt gaan bijna alle online bronnen de mist in. Daarover verderop meer.

Bedrijfsleider met vennootschap: forfaitaire kilometervergoeding

Heb je een vennootschap (bv, nv, …), dan kan die jou als bedrijfsleider een forfaitaire kilometervergoeding uitbetalen voor beroepsverplaatsingen met je privéwagen. Daarvoor geldt hetzelfde forfait als voor werknemers: €0,4761 per kilometer van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027 (voordien €0,4449/km). Wie het kwartaalsysteem volgt, zit op €0,4440/km voor het derde kwartaal van 2026.

Bij jou als bedrijfsleider is dat bedrag volledig belastingvrij, op vier voorwaarden: het gaat om echte beroepsverplaatsingen, het bedrag blijft binnen het forfait, je houdt een rittenadministratie bij, en de vergoeding staat correct op je fiche 281.20 als kost eigen aan de werkgever.

De klassieke fout: de vergoeding is niet volledig aftrekbaar

Hier gaat het vaak mis. Talloze artikels schrijven dat de kilometervergoeding "een aftrekbare kost voor de vennootschap" is, punt. Dat klopt niet. Artikel 66 van het Wetboek Inkomstenbelastingen bepaalt uitdrukkelijk dat de aftrekbeperking voor autokosten óók slaat op "het bedrag van de in dit artikel bedoelde kosten die aan derden worden terugbetaald". Een kilometervergoeding voor een privéwagen is precies dat.

Concreet: het aftrekpercentage hangt af van de CO₂-uitstoot en de aanschafdatum van de wagen die je effectief gebruikt. Rijd je volledig elektrisch, dan is de vergoeding 100% aftrekbaar. Rijd je met een fossiele wagen die je in 2026 hebt gekocht, dan is de aftrek in de vennootschapsbelasting nul — je mag jezelf dan nog altijd €0,4761/km belastingvrij uitbetalen, maar de volledige vergoeding wordt een verworpen uitgave. Voor wagens van vóór juli 2023 geldt de klassieke gramformule met een minimum van 50%.

Wie in 2026 nog een fossiele wagen aanschaft en van plan is er beroepsmatig veel mee te rijden, rekent dat verschil dus best eerst door.

Nog een aandachtspunt: gebruik je het forfait, dan mag de vennootschap niet daarnaast ook nog de werkelijke kosten van diezelfde privéwagen dragen. Dat is dubbel gebruik.

Eenmanszaak: werkelijke kosten aftrekken

Als zelfstandige met een eenmanszaak trek je je autokosten af in je personenbelasting. Je verdeelt je kilometers in drie categorieën, en elke categorie heeft een eigen behandeling:

Soort kilometerBehandeling
Zuiver privéNiet aftrekbaar
Woning ↔ vaste werkplaatsForfait €0,15/km
Zuiver beroepsmatigWerkelijke kosten × aftrekpercentage

Onder werkelijke kosten vallen brandstof of elektriciteit, afschrijving, verzekering, verkeersbelasting, onderhoud en herstellingen. Financieringslasten — de interesten op je autolening — vallen buiten de aftrekbeperking en blijven 100% aftrekbaar.

Het aftrekpercentage in 2026

De basisformule is 120% − (0,5% × coëfficiënt × CO₂ in g/km), waarbij de coëfficiënt 1 is voor diesel, 0,90 voor CNG onder 12 fiscale pk en 0,95 voor de rest. Bovenop die formule gelden grenzen die afhangen van wanneer je de wagen hebt aangeschaft, geleased of gehuurd:

Fossiele wagen aangeschaftAftrek in 2026 (personenbelasting)
t.e.m. 31/12/2017Gramformule, minimum 70%
1/1/2018 – 30/6/2023Gramformule, minimum 50%, maximum 100%
1/7/2023 – 31/12/2025Gramformule, geen minimum, maximum 50%
vanaf 1/1/2026Niet aftrekbaar

Voor de groep 2023-2025 loopt een uitdoofkalender: 75% in 2025, 50% in 2026, 25% in 2027 en 0% vanaf 2028. Emissievrije wagens die je uiterlijk in 2026 aanschaft, blijven 100% aftrekbaar, en dat percentage blijft levenslang aan dat voertuig hangen. Vanaf 2027 zakt het voor nieuwe elektrische wagens stapsgewijs: 95% in 2027, 90% in 2028, en verder omlaag richting 67,5% vanaf 2031.

Woon-werkverkeer: het forfait van €0,15/km

Voor het traject tussen je woonplaats en een vaste werkplaats geldt een apart regime: je brengt daarvoor €0,15 per afgelegde kilometer in, in plaats van de werkelijke kosten. Let op het woord afgelegde — je telt heen én terug. Een traject van 20 km enkel, 200 dagen per jaar, geeft 20 × 2 × 200 × €0,15 = €1.200.

Een vaste werkplaats is elke plaats waar je je activiteit minstens 40 dagen per jaar uitoefent. Dat hoeven geen aaneensluitende dagen te zijn, en je kunt er meerdere hebben. Rijd je vaker dan 40 dagen per jaar naar dezelfde klant, dan wordt dat traject dus woon-werkverkeer in plaats van een beroepsverplaatsing.

Het forfait dekt alle directe en indirecte autokosten van die kilometers: je mag er geen andere woon-werkgerelateerde autokosten meer naast aftrekken. Interesten van je autokrediet blijven wel apart aftrekbaar.

Dit forfait verandert. Vanaf inkomstenjaar 2026 wordt de €0,15/km afgebouwd voor wagens met een verbrandingsmotor, terwijl het voor emissievrije wagens behouden blijft. De precieze overgangsregeling hangt af van de aanschafdatum van je wagen en wordt in de vakliteratuur nog verschillend gelezen. Laat dit punt voor jouw concrete situatie bevestigen door je boekhouder voor je je aangifte indient.

Btw: het forfait van 35%

Btw volgt een volledig eigen logica. De aftrek op een personenwagen is beperkt tot het werkelijke beroepsgebruik, met een absoluut maximum van 50%. Belangrijk detail dat veel zelfstandigen verrast: voor de btw telt woon-werkverkeer als privé, niet als beroep. Er zijn drie manieren om je beroepspercentage te bepalen:

  1. Rittenadministratie. Je registreert elke rit: datum, vertrek- en aankomstadres, kilometers en kilometerstand. Het meest werk, maar ook het meest nauwkeurig. Keuze geldt per kalenderjaar.
  2. Semi-forfait. Je berekent je privépercentage met de formule (afstand woon-werk × 2 × 200 + 6.000) / totaal gereden kilometers. Vereist één vaste gebruiker per voertuig.
  3. Algemeen forfait van 35%. Geen administratie, maar je zit er wel minstens vier opeenvolgende kalenderjaren aan vast, en je past het toe op al je wagens.

De eerste twee methodes mogen gecombineerd worden; het forfait van 35% niet. En ook voor elektrische wagens blijft het btw-maximum 50% — daar geldt geen uitzondering.

Fiets en bewijslast

Een bedrijfsleider kan zichzelf via de vennootschap ook een fietsvergoeding toekennen, tot maximaal €0,37/km in 2026, voor woon-werkverkeer met de fiets. Anders dan bij de auto is die vergoeding voor de vennootschap wél volledig aftrekbaar.

Voor élke route geldt hetzelfde: een sluitende rittenregistratie is je beste bescherming bij een controle. Zonder bewijs van de werkelijk afgelegde kilometers kan de fiscus zowel het forfait als de werkelijke kosten verwerpen. Boven de 24.000 kilometer per jaar aanvaardt de administratie het forfait sowieso niet meer als representatief.

Wat is voordeliger?

Vuistregel: wie met een vennootschap werkt, veel beroepskilometers rijdt en een elektrische of oudere privéwagen heeft, haalt doorgaans het meest uit de forfaitaire kilometervergoeding — het forfait is voor iedereen gelijk, terwijl de werkelijke kostprijs per kilometer sterk verschilt. Rijd je met een recent aangeschafte fossiele wagen, dan verdampt dat voordeel grotendeels in de aftrekbeperking.

Wie in een eenmanszaak een dure wagen grotendeels beroepsmatig gebruikt, komt met werkelijke kosten soms hoger uit — maar dan wel met meer administratie. Reken beide scenario's door of leg ze voor aan je boekhouder. Een snelle indicatie van het forfaitbedrag krijg je met onze calculator. Zie ook de regels voor werkgevers als je zelf personeel hebt.

Bronnen: artikel 66 WIB 1992, omzendbrief nr. 767 van 8 juni 2026 en FOD Financiën — Dit artikel is algemene informatie, geen fiscaal advies. Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2026