Kilometervergoeding voor motor en bromfiets

Hetzelfde forfait als de auto, geen fietsplafond, en een aandachtspunt op het vlak van aftrekbaarheid. Dit zijn de regels.

Een motorfiets of bromfiets volgt voor dienstverplaatsingen hetzelfde forfait als de auto: €0,4761 per kilometer van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027. Er bestaat geen apart, lager motortarief en de fietsvergoeding is niet van toepassing. Bij de vennootschap lijkt de vergoeding voor motorgebruik, anders dan bij een auto, niet onder de CO2-gebaseerde aftrekbeperking te vallen — dit berust op secundaire bronnen, geen wettekst, en moet per situatie bevestigd worden door een boekhouder.

Bron: Circulaire 2026/C/13 van 7 januari 2026 (FOD Financiën); bedrag vanaf 1 juli 2026 via omzendbrief nr. 767 van 8 juni 2026; aftrekbeperking: artikel 66 §3 WIB92 (secundaire duiding, geen primaire bronbevestiging) Bijgewerkt op

Geschreven door Bart Deblock Laatst nagekeken op Bron: FOD Financiën

Wie zijn eigen motor of bromfiets inzet voor beroepsmatige verplaatsingen — als werknemer, bedrijfsleider of zelfstandige met vennootschap — krijgt voor het kilometerbedrag dezelfde behandeling als bij een personenwagen. Er bestaat geen apart "motorforfait" en de motor wordt fiscaal evenmin als een fiets behandeld. Dat laatste is de meest gemaakte fout: het fietsplafond van €3.700 per jaar en het maximaal vrijgestelde fietstarief zijn uitsluitend voor (elektrische) fietsen en speed pedelecs, niet voor een gemotoriseerde tweewieler. Op één punt vraagt de aftrekbaarheid bij de vennootschap extra aandacht; daarover verder op deze pagina meer.

Hetzelfde tarief als de auto

De federale circulaires over de kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen groeperen auto, motorfiets en bromfiets consequent als één geheel. Circulaire 2026/C/13 van 7 januari 2026 formuleert het zo: de vergoedingen die een werkgever toekent "voor het gebruik van een eigen auto, motorfiets of bromfiets voor dienstverplaatsingen" zijn een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten, tot het bedrag dat de federale overheid aan haar eigen personeel toekent. Diezelfde formulering staat al minstens sinds circulaire nr. 683 van 12 juni 2020 (Belgisch Staatsblad 24 juni 2020) in de achtereenvolgende omzendbrieven, en dus ook in de omzendbrief die het bedrag vanaf 1 juli 2026 vastlegt. Er is dus geen afzonderlijk, lager bedrag voor een motor: voor dienstverplaatsingen vanaf 1 juli 2026 geldt €0,4761 per kilometer (jaarforfait, omzendbrief nr. 767 van 8 juni 2026). Werkgevers die in plaats daarvan het kwartaalsysteem volgen, betalen hetzelfde bedrag als voor een auto; het actuele kwartaalbedrag staat bij de officiële tarieven op de homepage.

VoertuigTarief dienstverplaatsingJaarplafondAftrekbeperking bij werkgever/vennootschap
🚗 Auto€0,4761/km (jaar) — kwartaalbedrag: zie tarieven op homepageGeen fietsplafond; wel voorwaarden en de 24.000 km/jaar-beoordeling door de fiscusJa — CO₂-gebaseerd, art. 66 §3 WIB92
🏍️ Motor/bromfiets€0,4761/km (jaar) — zelfde bedrag als autoGeen fietsplafond; wel voorwaarden en de 24.000 km/jaar-beoordeling door de fiscusLijkt niet te vallen onder art. 66 §3 WIB92 — bevestig bij je boekhouder
🚲 Fiets/speed pedelecMax. €0,37/km€3.700/jaarNeen

Jaarforfait geldig van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027. Werkgevers die het kwartaalsysteem volgen, vinden het actuele kwartaalbedrag bij de officiële tarieven op de homepage.

Dienstverplaatsing, niet woon-werkverkeer

Ook voor een motor geldt het onderscheid tussen een dienstverplaatsing (vergoeding volledig belastingvrij binnen het forfait) en woon-werkverkeer (fiscale vrijstelling die afhangt van je statuut en kostenforfait, zie woon-werkverkeer voor het actuele bedrag). Een rit naar een klant, een opdracht of een kleine ophaling in opdracht van de zaak met je privémotor kan een dienstverplaatsing zijn, mits beroepsdoel en traject aantoonbaar zijn en het geen rit naar een vaste werkplaats betreft. Let op: dat je woonplaats samenvalt met het bedrijfsadres van je vennootschap, betekent niet automatisch dat elke rit een dienstverplaatsing is — heb je daarnaast een vaste andere werkplaats (bijvoorbeeld een vestiging, werkplaats of kantoor waar je regelmatig naartoe rijdt), dan geldt dat traject wél als woon-werkverkeer. Het volledige onderscheid, inclusief de 40-dagenregel, staat op dienstverplaatsingen.

Bedrijfsleider of zelfstandige met vennootschap

Een vennootschap kan haar bedrijfsleider een forfaitaire kilometervergoeding uitbetalen voor aantoonbare beroepsverplaatsingen (klantenritten, ophalingen, opdrachten) met zijn privémotor, op dezelfde manier als voor een privéwagen: zie kilometervergoeding voor zelfstandigen. Voor die dienstverplaatsingen is dat bedrag bij de bedrijfsleider volledig belastingvrij, op dezelfde vier voorwaarden als bij een auto: een echte beroepsverplaatsing, binnen het forfait, met een rittenregistratie, en correct vermeld op fiche 281.20. Een eenmanszaak kan dit niet: zonder vennootschap is er geen afzonderlijke werkgever die jou kan vergoeden, en kun je jezelf dus geen belastingvrije kilometervergoeding uitbetalen — daar werk je met werkelijke kosten, zie zelfstandigen.

Mogelijk verschil met een auto bij de vennootschap, niet bij de ontvanger. De aftrekbeperking van artikel 66 §3 WIB92 — de CO₂-gebaseerde beperking die bij een fossiele auto kan oplopen tot 0% aftrek voor wagens aangeschaft vanaf 2026 — is wettelijk gedefinieerd voor personenwagens en gelijkgestelde voertuigen. Secundaire fiscale duiding (zie bronnen onderaan) wijst erop dat een motorfiets of bromfiets daar niet automatisch onder valt. Dat is geen rechtstreeks geverifieerde wettekst of officieel standpunt, dus geen garantie: laat de concrete verwerking van je motorvergoeding in de vennootschapsbelasting altijd bevestigen door je boekhouder vóór je ze zo boekt.

Wat blijft hetzelfde als bij een auto

  • Boven 24.000 kilometer per jaar aanvaardt de administratie het forfait in principe niet meer als representatief.
  • Het forfait is all-in: brandstof, onderhoud, verzekering, afschrijving en verkeersbelasting zitten er al in. Je kunt die kosten niet nog eens apart laten terugbetalen boven het kilometerbedrag.
  • Gebruik een rittenregistratie met datum, traject, beroepsdoel en aantal kilometers: zonder die registratie kan de fiscus de vrijstelling verwerpen.
  • Werkt de motor via de vennootschap, dan geldt dezelfde ficheverplichting: het exacte bedrag moet op fiche 281.10 of 281.20 staan.

Bereken je motorvergoeding

Onze kilometervergoeding-calculator heeft motor/bromfiets als keuze bij het vervoermiddel en past automatisch het juiste forfait toe — hetzelfde als voor een auto, nooit het fietstarief.

Bronnen: circulaire 2026/C/13 van 7 januari 2026 (FOD Financiën), omzendbrief nr. 767 van 8 juni 2026 (bedrag vanaf 1 juli 2026) — bevestigd door de Hoge Raad voor Vrijwilligers en de RSZ-instructies voor werkgevers — circulaire nr. 683 van 12 juni 2020 (BS 24 juni 2020), artikel 66 WIB92, en secundaire fiscale duiding van Practicali (kilometervergoeding wagen/motor/bromfiets) en Boekhouder123 (aftrekpercentages kilometervergoeding) over de aftrekbaarheid van motorkosten in een vennootschap — geen van beide is de wettekst zelf, vandaar het voorbehoud hierboven. Dit artikel is algemene informatie, geen fiscaal advies — laat je concrete situatie bevestigen door je boekhouder. Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2026.